Bel 0314 389100 of e-mail naar info@prakticon.com

Kinderen met faalangst: 10 beproefde tips voor professionals

Geplubliceerd op: 21-01-2014

Faalangst komt bij kinderen vaak voor en is een problematische vorm van angst die zich op cognitief, sociaal of motorisch gebied voordoet bij het leveren van prestaties. De concentratie op een mogelijke mislukking blokkeert de aanwezige kennis en vaardigheden.

kinderen met faalangst tips esther bressers

Esther Bressers

Faalangst als ‘self-fulfilling prophecy’

Esther Bressers, trainer leerlingbegeleiding bij Ortho Consult: “Kinderen met faalangst nemen aan dat iets wat ze willen of moeten doen, fout zal gaan. Ze zijn bang in de ogen van anderen tekort te schieten. De angsten en de spanningen die daaruit voortvloeien gaan er dan toe leiden dat er sprake is van onderprestatie”.

Kinderen met faalangst zijn zich vaak sterk bewust van hun angst en kunnen prima aangeven waar ze wanneer last van hebben. Het zijn vaak kinderen die verder goed functioneren in het leven. Het gaat echter fout bij taaksituaties waarin ze beoordeeld / geëvalueerd worden in termen van goed of niet goed.

Begeleiding is bij het te lijf gaan van die problemen belangrijk, zo stelt Bressers: “Uitblijven van begeleiding leidt bij 6 van de 10 kinderen met faalangst tot instorten, waardoor sluimerende angst een levenskenmerk wordt”.

Uitingsvormen bij kinderen met faalangst

Kinderen met faalangst uiten hun faalangst op heel uiteenlopende manieren. “Sommige kinderen sluiten zich op in zichzelf, waardoor niemand iets van hun faalangst merkt, maar er zijn ook kinderen die agressief worden, de clown gaan uithangen of situaties waarin ze beoordeeld worden gaan vermijden. Dat leidt soms zelfs tot vroegtijdig schoolverlaten. In andere gevallen gaan kinderen met faalangst anderen kleineren om op die manier zelf groter te lijken. In alle gevallen blijft de eigenheid, maar vooral ook de natuurlijke kracht die in het kind schuilt, verstopt”, aldus Bressers

Tips

Bressers geeft daarom tien tips die bewezen hebben nuttig te zijn voor mensen die werken met kinderen met faalangst:

  • Bepaal de actualiteit van de faalangst nauwgezet. De aanname “eens faalangst, altijd faalangst” klopt niet. Soms is het erger dan op andere momenten;
  • Check de verwachtingen van ouders en de loyaliteit van kinderen naar die ouders. Ouders geven ongeschreven regels door aan hun kinderen. Nemen ouders kinderen dingen uit handen? Voeren ze de druk op? Kinderen trekken daar lessen uit over de mate waarin zij opgewassen zijn tegen hun taken. Bressers: “Er wordt in gezinnen te weinig gesproken over mislukkingen. Kinderen krijgen vaak van hun ouders de opdracht dat alles moet lukken. Vaak is dat niet uitgesproken, maar blijkt dat uit de houding van ouders. Kinderen willen hun ouders gelukkig maken en ervaren daardoor soms een enorme druk om te presteren”;
  • Leg ook de nadruk op positieve punten van kinderen met faalangst;
  • Zorg dat je tegen stilte kunt. Vaak laten kinderen met faalangst stiltes vallen omdat ze het gevoel hebben beoordeeld te worden;
  • Kinderen met faalangst hebben niet zozeer mensen in een reddersrol nodig, maar de ervaring het zelf te kunnen oplossen. Zet jongeren in hun eigen kracht;
  • Leer het kind anders omgaan met weerstand. Erkenning van faalangst als weerstand leidt ertoe dat kinderen de zin en onzin van faalangst leren inzien;
  • Help emoties te laten doorvoelen. Bressers: “Emoties zijn net een plasje. Als je ze te lang ophoudt, dan gaat het spannen. Help kinderen met faalangst daarom in contact te komen met die emoties;
  • Geef feedback waarbij je informatie geeft over het gedrag van de ander en wat dat gedrag bij jou teweeg brengt. Zo laat je kinderen beseffen dat ze invloed hebben en krijgen ze de controle terug;
  • Heb aandacht voor wat kinderen met faalangst aan zichzelf toeschrijven wanneer successen plaatsvinden. Schrijven ze het aan zichzelf toe of aan anderen? Vaak beseffen ze zelf niet hun eigen aandeel in hun succesen.
  • Laat kinderen met faalangst merken dat je ze waardeert, ongeacht wat ze presteren.

Volgens Bressers is het daarbij van belang om kinderen met faalangst hun zelfdestructieve gedrag te laten zien als een brok energie die je kunt ombuigen in een constructieve richting. “Ouders, vrienden, leraren en klasgenoten kunnen daarin belangrijke wisselwachters zijn. Didactiek dient daarom ondergeschikt te zijn aan het welzijn van leerlingen. Resultaten zijn belangrijk, maar het proces is daarvoor essentiëel”.

    Delen via: