Bel 0314 389100 of e-mail naar info@prakticon.com

Hij schrijft verveeld: ‘poep, stom, saai’

Geplubliceerd op: 20-06-2014

Blog over de kern van een goede pedagogische relatie: ruimte, begrip en humor

Gijs is vastgelopen op zijn clusterschool en zit verveeld bij een intakegesprek van een
instelling. Zijn begeleider Arno kijkt ernaar en lacht. Als ze even later in de auto zitten, wil Gijs
even afreageren, zijn energie kwijt. Mag hij een appel uit het raam gooien? Arno laat het hem
zelf beslissen. Als Gijs de appel zuchtend weer neerlegt, laat Arno het raam naast Gijs zakken
en gooit zelf. Tot verbazing én plezier van Gijs. Arno wil zich niet scharen in het cordon van
volwassenen, dat Gijs dagelijks tegenover zich ziet en dat haast onafgebroken probeert om
zijn gedrag bij te sturen. Veel beter dan altijd maar gecorrigeerd te worden, is het voor Gijs
om te voelen dat hij begrepen wordt. Dat hij een mens is en net zoals iedereen afleiding
nodig heeft. Én humor.

Gijs is een jongen van elf jaar. Met zijn moeder en zijn begeleider Arno – psycholoog en mens met
ADHD – zit hij in een spreekkamer. Er valt niets te beleven. Een tafel, zes stoelen, een duf schilderij
aan de muur. In een hoek staat een kamerplant en de ramen zijn gedeeltelijk ondoorzichtig gemaakt
met afplakplastic, waardoor je vanuit een zittende positie niet naar buiten kunt kijken.

Intakegesprek

De spreekkamer maakt onderdeel uit van een instelling die gaat kijken wat ze voor Gijs kan
betekenen. De school voor speciaal onderwijs waar hij nu naartoe gaat, heeft gezegd hem niets meer
te bieden te hebben. De enige mogelijkheid die er nu nog is, is dat Gijs wordt opgenomen. En dit alles
gebeurt, terwijl er thuis juist een stijgende lijn is. Er is steeds meer harmonie tussen Gijs en zijn
moeder.

Meneer H, psycholoog bij de instelling, en zijn collega mevrouw K, een dramatherapeut, betreden de
ruimte en geven iedereen een hand. Ze gaan zitten en de minuten die volgen verlopen volgens
conventies; men stelt zich voor, de aanleiding voor de ontmoeting wordt besproken, gevolgd door het
1 Aanbevolen artikel 2
doel van het gesprek. Daarna vertelt meneer H. uitgebreid welke procedures zich voorafgaand aan
een opname zullen voltrekken.

Saai
Binnen luttele minuten ziet Arno de onrust bij Gijs toenemen. Hij kijkt rond en rommelt wat met zijn
plastic bekertje dat nog voor de helft gevuld is met warme chocolademelk. Mevrouw K. en meneer H.
horen het gekraak en kijken naar de handen van Gijs. Prompt laat Gijs het bekertje los. Arno wijst
naar de openstaande tas van zijn moeder waar een schrift uit steekt. Gijs pakt het eruit, tegelijk met
een pen, en omdat hij weet dat het van hem wordt verwacht dat hij de mensen aankijkt, rommelt hij
wat terwijl hij ondertussen zoveel mogelijk oogcontact houdt.

Het gesprek verloopt nu rustig. Na een half uur vraagt Gijs op fluistertoon aan Arno: ‘Arno, wat vind je
hiervan?’ Met een schuin oog werpt Arno een blik op zijn blaadje en ziet naast een verzameling
tekeningetjes de pen van Gijs naar een rijtje woorden wijzen:

poep – tering – saai

‘Mwah…’, antwoordt Arno hem. Het gesprek valt even stil, maar wordt ook snel weer opgepakt. Een
kleine tien minuten later fluistert Gijs opnieuw: ‘Arno, Arno, en dit dan?’ Weer kijkt Arno naar het
blaadje en leest:
diarree – rotkop – strontgesprek

‘Doe dan toch maar liever het eerste,’ antwoordt Arno op neutrale toon. Gijs kan zijn lach niet
inhouden en grinnikt terwijl hij doorgaat met tekenen. Tien minuten later wordt het gesprek afgerond.

Vliegende appel
Na afloop brengt Arno Gijs en zijn moeder naar huis. Moeder neemt achterin plaats. Gijs houdt het
niet meer. Zodra hij op de bijrijdersstoel zit, gaat hij naarstig opzoek naar iets wat hij uit het raam kan
gooien. Hij opent als eerste de asbak waar meestal wat kleingeld in ligt. Helaas, die is vandaag leeg.
Zijn ogen schieten de auto rond en dan ontdekt hij tussen de twee stoelen een appel. ‘Mag ik dit naar
buiten gooien?’ vraagt hij Arno. ‘Dat moet jij weten’, antwoordt Arno nonchalant. ‘Arno, mag het of
niet?’, probeert Gijs nog eens. ‘Jij mag het zelf bepalen’, weer zonder een spoor van cynisme.

Vertwijfeld blijft Gijs met de appel in zijn handen zitten. Even staart hij naar buiten, zucht en legt dan
de appel terug op de plaats waar hij ‘m gevonden heeft.

Dan hoort Gijs het gezoem van het raam dat naast hem dat naar beneden gaat. Met ruk draait hij zijn
hoofd naar Arno. Voordat zijn ogen die van Arno hebben gevonden, vliegt er iets aan hem voorbij. Gijs
3
steekt zijn hoofd uit het raam en ziet de appel nog een paar keren butsen op straat voor hij in het
plantsoen stilvalt.

Relatie, ruimte en humor

De hier beschreven ‘aanpak’ van Arno is niet bedoeld om Gijs iets te leren. De bedoeling is om op
bepaalde momenten de situatie niet (verder) uit de hand te laten lopen. Door afwijzend of kritisch te
reageren op het gedrag van Gijs, geef je hem als het ware een afzetje. Een springplank om dat te
creëren waar mensen met ADHD dol op zijn: sensatie. Dat is sociaal niet altijd wenselijk, bijvoorbeeld
in een saaie kamer tijdens een suf en toch serieus en noodzakelijk gesprek.

Maar meer nog wil Arno zich niet scharen in het cordon van volwassenen, dat Gijs dagelijks tegenover
zich ziet en dat haast onafgebroken probeert om zijn gedrag bij te sturen. Veel beter dan altijd maar
gecorrigeerd te worden, is het voor Gijs om te voelen dat hij begrepen wordt. Dat hij er mag zijn. Dat
er ruimte en welwillendheid is.

Het gaat even niet om leren. Daarvan kan pas sprake zijn als Gijs zich op zijn gemak voelt, als er een
goede relatie is met hem, als hij vertrouwen heeft in zichzelf. Zo lijkt Gijs zich regelmatig te voelen als
hij met zijn moeder of met Arno is. Mede omdat zij zo nu en dan tegemoet komen aan zijn behoeftes.
Omdat ze ook ruimte hebben voor een geintje. Voor zijn gevoel van humor. Voor fun. Zelfs als dat
vraagt dat je een keer een prima eetbare appel cadeau doet aan de vogels.

Anne van Hees werkte als leerkracht en werd, na haar studie onderwijskunde, docent op de Fontys
Pabo. Inmiddels is ze coach en begeleider bij Hulp bij ADHD, een bureau dat ze samen met haar
partner Arno de Poorter leidt en dat ADHD en aanverwante problematiek benadert vanuit de
positieve psychologie. Daar en op haar eigen site blogt Anne regelmatig over onderwijs, opvoeding
en ouderschap.

    Delen via: